Hier vind je alles over zindelijkheid

Veel ouders en professionals raken het overzicht kwijt door de hoeveelheid tegenstrijdige informatie over zindelijkheid.

Samen maken we zindelijk worden begrijpelijk en ontspannen

Stichting Zomaar Zindelijk maakt zindelijkheid overzichtelijk en legt de focus op een ontspannen benadering. De uitleg is duidelijk en medisch-pedagogisch onderbouwd en de wijze van communiceren is altijd positief. Stichting Zomaar Zindelijk is onafhankelijk en heeft oog voor de belangen van het kind, de opvoeders en de professionals.

Onze vrienden:

Voor wie?

Voor ouders & opvoeders

Voor ouders die behoefte hebben aan rustige, duidelijke en praktische begeleiding. Wij helpen je begrijpen wat werkt, hoe je stress voorkomt en hoe je jouw kind op een ontspannen manier ondersteunt in het zindelijk worden.

Voor professionals

Voor pedagogisch medewerkers, jeugdgezondheid, kinderopvang en onderwijsspecialisten. Wij bieden betrouwbare, pedagogisch onderbouwde kennis die je direct in de praktijk kunt gebruiken — zodat jij kinderen en ouders met vertrouwen kunt begeleiden.

Alles wat je nodig hebt om zindelijkheid te begrijpen

Bij Zomaar Zindelijk vind je praktische kennis, begeleiding en een warme community, voor ouders én professionals die zoeken naar duidelijkheid, steun en betrouwbare uitleg.

E-learning

Leer alles over zindelijkheid in je eigen tempo met duidelijke, pedagogisch onderbouwde lessen.

Community

Een veilige plek waar ouders en professionals ervaringen delen, vragen stellen en elkaar helpen.

Leer & Ontdek

Toegankelijke artikelen, tips, visualisaties en podcasts die zindelijkheid helder en praktisch maken.

Doe de Quiz

Krijg inzicht in waar jij staat in het proces en ontvang direct relevante tips en handvatten.

Ervaringen van ouders en professionals

Leren plassen op het potje ging eigenlijk heel snel goed bij Silas, maar poepen op het potje vond hij eng en spannend. Silas voelde wel aandrang, maar vroeg dan om een luier. Daar zijn we een tijdje in meegegaan, deden hem een luier om als hij moest poepen en gooiden daarna de poep samen in het potje en complimenteerden hem dan op de ‘mooie drol’ die hij geproduceerd had. Daarna brachten we samen de poep naar de wc. Na een flink aantal weken durfde Silas toch op dat potje te gaan zitten poepen.

Mag mijn poep nog in de luier?

Emma vond de toiletgang van haar twee jaar oudere broer zo interessant dat ze vaak even wilde kijken. We hebben bij haar het potje overgeslagen en Emma ook meteen laten oefenen op het toilet zelf en de brilverkleiner en het opstapje ingezet. Dat paste heel goed bij het ‘groot’ willen zijn en ‘zelf willen doen’ van onze dochter.

He, mijn broertje poept

Toen Zara het potje en wc net ontdekt had, moest ze natuurlijk overal plassen of poepen. Sta je net in de supermarkt, bakker of drogist en moest Zara plassen. Waar wij dan dachten: “nu even niet”, gingen we altijd wel op zoek naar een toilet om Zara te laten plassen. Deze aandacht voor ‘aandrang heeft voorrang’ hielp juist om een goede controle over het plassen te krijgen en het overal moeten plassen nam ook vlot weer af.

Nu ff niet (maar daarom juist wel)

Puur door de ervaring van een ouder met wie ik aan de praat raakte op het peuterplein, en die al een ouder kind op de basisschool had, wisten we hoe fijn het is als je de zindelijkheidstraining op het juiste moment oppakt. Met Jonah konden wij in alle rust bezig gaan met zindelijk worden en waren we ruim voor de eerste basisschooldag klaar. Voor Jonah, maar zeker ook voor ons, werkte het heel ontspannend dat hij zindelijk was toen hij naar school ging.     

Timing dingetje

Vanaf het moment dat we zagen dat Maeve zich bewust werd van plassen en poepen het potje zichtbaar in de kamer gezet.

Beer op de pot

Jelle en Niels waren allebei in de zomertijd toe aan het starten met zindelijkheidstraining.

Blotebillenweer

Veelgestelde vragen

Heb je vragen over zindelijk worden? Je bent niet de enige. Hier vind je heldere antwoorden en praktische uitleg die je verder helpen.

Een luierbroekje kan handig zijn als tussenstap, bijvoorbeeld onderweg, tijdens een spannend moment of wanneer je kind nog net niet helemaal zeker is. Gebruik het liever niet als standaardoplossing wanneer je kind al goed signalen voelt. Dan kan een onderbroek juist helpen om beter te merken wat er gebeurt. Je kunt eventueel wel het luierbroekje over de onderbroek aantrekken bij het oefenen. Zie het luierbroekje dus als hulpmiddel, niet als stap terug.

Je kunt wel te veel druk geven, maar je kunt bijna niet te vroeg op een speelse manier kennismaken. Vanaf jonge leeftijd mag je al praten over plassen en poepen, samen boekjes lezen of het potje zichtbaar neerzetten. Echt oefenen werkt vooral als je kind signalen laat zien, zoals interesse in de wc, aangeven dat de luier nat is of eenvoudige uitleg begrijpen.

We zien vaker dat kinderen angstig zijn om te poepen op de wc, of het potje, dan om te plassen. Hierom is het belangrijk om zicht te hebben op hoe de ontlasting van je kind eruit ziet. Immers, bij harde en pijnlijke ontlasting is het ook logischer dat je bang wordt om te poepen!


Algemeen draagt ontspanning, veiligheid en voorspelbaarheid bij aan durven door het kind. Gebruik een brilverkleiner en voetenbankje bij de wc, blijf dichtbij en laat het kind kort zitten zonder dat er druk ligt op iets moeten doen. Lees een boekje voor of laat een knuffel bijvoorbeeld voor doen hoe deze op de wc zit. In taal helpt het als je vertelt dat je ziet dat het kind dit kan (“jij zit fijn op de wc”). Kleine stapjes, herhaling en ontspanning zijn hier belangrijker dan het resultaat.

Bereid je praktisch voor: neem extra kleding mee, zoek bij aankomst alvast waar de wc is en laat je kind vooraf even plassen. Moet je kind onderweg? Dan geldt: aandrang heeft voorrang. Door serieus te reageren op het seintje, leert je kind vertrouwen op het eigen lichaam. Een ongelukje is geen mislukking, het is een onderdeel van oefenen

Belonen mag, als je het inzet voor het leerproces. Leg de focus van de beloning op het voelen, het aangeven, het oefenen. Dit doe je altijd in de bekrachtiging in woorden en als extra kan je denken aan kleine gebaren met grote effecten (denk aan een high five, een sticker of samen iets leuks doen). Zo leert je kind: “Ik voel mijn lichaam en ik mag oefenen.”

Zoek hulp als je kind pijn heeft bij plassen of poepen, hard perst, bloed in de urine heeft, vaak hele harde poep heeft, veel buikpijn heeft, opvallend vaak of juist weinig plast, of als er na langere tijd oefenen geen vooruitgang komt. Ook bij veel zorgen of terugkerende problemen is het verstandig om contact op te nemen met de jeugdgezondheidszorg of huisarts.

Sluit aan bij wat haar interesse wekt. Misschien vindt ze zelf doen leuk, wil ze een mooie onderbroek kiezen of helpt het om een knuffel eerst op het potje te zetten. Geef complimenten voor kleine stappen: voelen, zeggen, zitten, proberen. Vermijd druk of strijd. Hoe meer vertrouwen en eigen regie ze voelt, hoe groter de kans dat ze mee wil doen

Signalen zijn bijvoorbeeld: interesse in de wc of het potje, aangeven dat de luier nat of vies is, even droog blijven, zelf dingen willen doen, eenvoudige uitleg begrijpen of zich terugtrekken om te plassen of poepen. Je kind hoeft niet alle signalen te laten zien. Eén of meerdere signalen kunnen al genoeg zijn om rustig te starten met ontdekken.

Dat verschilt per kind. Sommige kinderen maken in korte tijd grote stappen, andere kinderen hebben weken of maanden nodig. Zindelijk worden is een leerproces. Intensief oefenen kan helpen als je kind eraan toe is en jullie rust hebben. Lukt het nog niet? Dan mag je pauzeren en later opnieuw beginnen.

Een terugval hoort erbij. Vaak gebeurt het bij spanning, ziekte, veranderingen of wanneer je kind druk bezig is met een andere ontwikkeling. Reageer rustig en pak de basis weer op: vaste wc-momenten, complimenten voor oefenen en geen straf bij ongelukjes. Kijk ook of er iets speelt, zoals angst, harde ontlasting of te weinig drinken.

Maak het onderwerp normaal en luchtig, zonder er druk op te zetten. Zet het potje zichtbaar neer, lees samen boekjes, laat je kind meekijken of laat een knuffel oefenen. Vraag niet steeds: “Moet je plassen?”, Benoem wel wat je ziet: “Volgens mij komt de plas eraan bij jou.”

Begin met interesse wekken, of aan te sluiten als de interesse al wakker is: praten, boekjes lezen en het potje laten zien. Daarna kun je vaste oefenmomenten kiezen, bijvoorbeeld na het eten of drinken. Help je kind goed zitten, kort en ontspannen. Als er een ongelukje is, dan pak je dit ontspannen op. Gaat dit steeds meer vanzelf? Dan kan de luier overdag vaker uit en groeit je kind stap voor stap naar zindelijkheid.

Wacht tot je kind overdag goed zindelijk is en meerdere ochtenden achter elkaar wakker wordt met een droge luier. Nachtzindelijkheid komt vaak later dan zindelijkheid overdag, omdat je kind ook tijdens slaap het blaassignaal moet leren herkennen.

Laat je kind voor het naar bed gaan plassen. En herhaal dit nadat je het verdere avondritueel (boekje/liedje/kletsen) hebt gedaan. De blaas kan dan voor de nacht zoveel mogelijk leeg zijn.

Begin rustig. Laat je kind voor het naar bed gaan plassen. En herhaal dit nadat je het verdere avondritueel (boekje/liedje/kletsen) hebt gedaan. De blaas kan dan voor de nacht zoveel mogelijk leeg zijn.

 Zorg overdag voor voldoende drinken en let op goed poepen. Een matrasbeschermer en extra pyjama geven rust. Wordt je kind meerdere nachten droog wakker? Dan kun je oefenen zonder luier te slapen. Is er een nat bed ? Houd vertrouwen. Bedplassen komt veel voor en gaat vaak vanzelf over.

Zie dit als een tussenstap: je kind zoekt veiligheid. Begin waar het lukt. Eerst met broek en luier op het potje, daarna met broek uit, daarna luier losser of open, en pas later zonder luier. Je kunt ook samen de poep uit de luier in de wc doen en uitzwaaien.

Heb je nog vragen?

Neem gerust contact met ons op.

"Samen ontdekken, delen en ondersteunen"

Ontvang tips, herkenning en nieuwe inzichten